Foto: Archipel

11.03.2019

Twintig jaar Literair Festival Archipel in Sint-Niklaas

Van 30 maart tot 7 april 2019 vindt in Sint-Niklaas de twintigste editie plaats van het literair festival Archipel. Het wordt zeker weer een topeditie met o.a. de Nacht van de B(r)oze dichters, een muzikaal-literaire pastiche op Paul snoek, Patrick Lateur, de voorstelling van twee nieuwe Snoek-boeken, ... Reden genoeg voor Poëzie-Centraal om eens te gaan praten met Patrick Van Belleghem, verantwoordelijke van de literaire Cel van Stad Sint-Niklaas, bibliotheekmedewerker en duvelstoejager van het Archipel-Festival.

P-C: Wat is Archipel precies? Bestaat het al lang?

PVB: Archipel is een literair festival in Sint-Niklaas dat bestaat sinds 1998, twintig jaar dus, en in het leven werd geroepen door de lokale boekhandel en het cultuurcentrum. Aanvankelijk viel het festival samen met de jaarlijkse Wereldboekendag van Unesco, op 23 april, tevens de sterfdag van onder meer Shakespeare en Cervantes. De laatste jaren durven we al es afwijken van deze datum om praktische redenen, maar het blijft een festival van de literaire lente, met een accent op nieuw verschenen boeken. Lag de nadruk in de eerste jaren op literatuur en poëzie, doen we de laatste edities ook uitstapjes naar literaire non-fictie, filosofie, geschiedenis, plastische kunsten. De organisatie is in handen van de bibliotheek en het cultuurcentrum van de stad, in samenwerking met tal van lokale partners en verenigingen, die een bijdrage aan het programma leveren. Was het vroeger beperkt tot een weekend, dan is Archipel inmiddels uitgegroeid tot een festival van een week. De ambitie om het festival uit te dragen over de grenzen van het Waasland is zeker aanwezig. We zijn dan ook zeer verheugd dat dit jaar het Poëziecentrum en de UGent participeren aan het programma.

P-C: Waar komt de naam van het festival precies vandaan en waarom hebben jullie die gekozen?

PVB: "Archipel” is de debuutbundel van Paul Snoek, in 1933 geboren in Sint-Niklaas, en samen met Lanoye en Van Wilderode, de meest bekende auteur die het Waasland voortbracht. Ik was zelf niet bij de totstandkoming van de eerste editie en de naamkeuze, maar die is perfect gekozen: het is een prachtige bundel en een titel die tot de verbeelding spreekt, ook voor een literair festival. Dat het festival plaatsheeft op verscheidene locaties in de stad, weerspiegelt ook de betekenis van het woord ‘archipel’. Vooralsnog niet ín zee, maar toch een festival met een zee aan mogelijkheden.

P-C: Tijdens het festival wordt ook de Paul Snoek Poëzieprijs uitgereikt. Wie of wat wordt daar precies bekroond? Een dichter? Een dichtbundel? Wie heeft er de prijs in het verleden al gewonnen?

PVB: De Paul Snoekprijs wordt uitgereikt sinds 1991, tien jaar na het overlijden van Snoek, als blijvend eerbetoon aan de dichter. Aanvankelijk om de vijf jaar, wordt hij vanaf 2001 driejaarlijks uitgereikt aan een Nederlandstalige bundel die door zijn kracht, zijn vitaliteit en eigentijdse karakter belangrijk genoeg wordt geacht om deze prijs te ontvangen. De prijs is geen debuutprijs, noch een bekroning van een heel oeuvre. De laureaat moet minstens twee bundels gepubliceerd hebben. De prijs bedraagt 4000 EUR. En eeuwige roem uiteraard. De eerste winnaar was Peter Verhelst met “Obsidiaan”, de meest recente laureaat was Albert Schaffer met “Mens dier ding”. Andere winnaars zijn Stefan Hertmans, Anneke Brassinga, Nachoem Wijnberg, Joost Zwagerman, Peter Holvoet-Hanssen en Tonnus Oosterhoff. Dit jaar is dus een beetje een feesteditie met de 10de prijsuitreiking.

P-C: Op zondag 7 april worden tijdens het festival twee boeken over Paul Snoek voorgesteld. Kan je daar iets meer over vertellen?

PVB: Snoek beschouwde de bundels “Hercules” (1960), Richelieu (1961) en “Nostradamus” (1963) altijd als een eenheid, alleen werden ze zelden als een trilogie beschouwd en als dusdanig uitgegeven. Dat gebeurt nu, dankzij uitgeverij Woolf, dus voor het eerst. Deze publicatie vormde voor Carl De Strycker (Poëziecentrum) en Yves T’Sjoen (UGent) de aanleiding om een reeks specialisten en enthousiaste lezers van Snoek aan het werk te zetten om zich over een gedicht of een reeks uit die bundels te buigen. Deze essaybundel, met als titel “diep en binnensmonds”, wordt dus samen met het drieluik feestelijk gepresenteerd op zondag 7 april om 10 uur in de Foyer van de stadsschouwburg van Sint-Niklaas, gevolgd door de uitreiking van de 10de Paul Snoekprijs. Een orgelpunt met tal van gasten van een week lang Archipel.

P-C: Heb je zelf een favoriet Paul Snoek gedicht?

PVB: Mijn kennismaking met Paul Snoek verliep via de verhalenbundel Bultaco 250cc. Snoek was een fervent motorcrosser en in het Wase dorp waar ik opgroeide werd die sport veel beoefend, er was zelfs jaarlijks een grote motorcrosswedstrijd. Een boekomslag met een crossende auteur sprak me wel aan. In “schildersverdriet”, het mooie gedicht dat op jullie gevel hangt, verwijst hij met het vers “als vingers zwetend in een hete handschoen” naar die ervaring van de motorcross. De poëzie van Snoek is dus pas later in mijn leven gekomen Snoek heeft vele mooie gedichten geschreven, één favoriet kiezen is moeilijk. Ik hou van zijn beeldspraak, de zintuiglijkheid en lichamelijkheid van zijn werk. De Maria Magdalena gedichten vind ik prachtig, maar als ik dan toch moet kiezen, dan wordt het “gedicht voor mezelf” met de prachtige beginstrofe:

                        Ik weet het, mensen, die ik heb bemind,
                        het was een straf mij lief te hebben.
                        Mijn vrouwen heb ik zelf ontvreemd,
                        mijn kinderen werden verre mensen
                        en mijn vrienden gingen spoorloos dood.

                       [...]

Meer informatie over het Archipel-festival en het volledige programma op www.ccsint-niklaas.be en https://sint-niklaas.bibliotheek.be/

Tags: Evenementen, Interview, Literaire prijzen